Klik hier voor de brochure met
bijlage van vrijwillige ouderenadviseur
6. Vrijwillige en beroeps ouderenadviseur
De Vrijwillige ouderenadviseurs zijn vrijwilligers. Bij de beroeps ouderenadviseurs gaat het om personen (veelal op HBO-niveau) die vanuit een professionele instelling de opdracht gekregen hebben ouderen te adviseren. Dat kan de gemeente zijn, dat kan de Stichting Welzijn Ouderen zijn, dat kan ook een zorggerelateerde instelling zijn.
Het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) heeft een functieprofiel ontwikkeld voor de beroeps ouderenadviseur. Dat functieprofiel komt veelal overeen met de taken die ook aan de vrijwillige ouderenadviseur worden toegedicht (zie ook de taakomschrijving van de vrijwillige ouderenadviseur). Het NIZW noemt als taken voor de beroeps ouderenadviseur:
- contacten leggen met de doelgroep;
- signaleren, inventariseren en onderzoeken van de hulpvraag;
- voorlichten, informeren en adviseren;
- verwijzen en bemiddelen;
- begeleiden en ondersteunen;
- regelen en tijdelijk coördineren van zorg en hulpverlening.
Een aantal van deze taken krijgt wel een andere invulling, naar gelang het gaat om een vrijwillige of beroeps ouderenadviseur. Zo heeft het leggen van contacten met de doelgroep voor een professional een andere betekenis dan voor de vrijwilliger, die veelal zelf tot de doelgroep ouderen behoort. Zo zal de vrijwilliger, die werkt in opdracht van de ouderenbond, het signaleren van de hulpvraag rapporteren aan het bestuur van de ouderenbond met het oog op collectieve belangenbehartiging, terwijl de professional signaleert en onderzoekt met het oog op directe verbetering van het aanbod.
Het vrijwillige karakter van de vrijwillige ouderenadviseur brengt met zich mee dat er vaak meer tijd en aandacht aan de oudere kan worden besteed dan beroepskrachten dat kunnen. Een ander voordeel is dat ouderen zich bij leeftijdgenoten vaak snel op hun gemak voelen. Het vrijwillige karakter brengt echter ook met zich mee dat de vrijwillige ouderenadviseur zijn beperkingen moet kennen en niet alle vragen zelf kan oplossen. Bij een ingewikkelde hulpvraag moet de vrijwillige ouderenadviseur de zaak tijdig kunnen overdragen aan een ter zake deskundige.
Stimuleringsprogramma ouderenadviseurs
De ontwikkeling van de functie van beroeps ouderenadviseur is sterk in ontwikkeling. Die ontwikkeling heeft zeker een impuls gekregen toen minister Borst in 1999 publiekelijk opperde dat er meer ouderenadviseurs moeten komen. Voor de MO-groep (de Maatschappelijk Ondernemers Groep is de brancheorganisatie voor welzijn & maatschappelijke dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang) en VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) aanleiding om de ontwikkeling van de functie beroeps ouderenadviseur intensief ter hand te nemen. Uit dat initiatief is het project 'Stimuleringsprogramma Ouderenadviseurs' voortgekomen.
Het stimuleringsprogramma is in 2000 gestart en heeft als doel inzicht te leveren in de huidige vragen van ouderen in relatie met het aanbod en voorwaarden te creëren voor de verankering en implementatie van de ouderenadvisering op regionaal en lokaal niveau. Het programma liep tot en met februari 2003. Dit programma heeft een herijking van de functieprofielen van de ouderenadviseur opgeleverd. In deze functiebeschrijving worden ook de werkzaamheden van de vrijwillige ouderenadviseur beschreven en het takenpakket.
In de zorgnota van 2003 deelt het ministerie van VWS mee, dat zij ook een stimulatieprogramma voor vrijwillige ouderenadviseurs wil financieren. Inmiddels heeft de NIZW een voorstel bij VWS liggen, binnen dat Stimuleringsprogramma Vrijwilligers in de Ouderenadvisering. Hierbij is aandacht voor de samenwerking tussen de vrijwillige- en beroeps ouderenadviseur en voor de training en deskundigheidsbevordering van de vrijwilliger in de ouderenadvisering.


