lettergrootte: A A A

2. Kwalitietseisen Vrijwillige Ouderenadviseur

Voordat een kandidaat wordt aangemeld voor de cursus vrijwillige ouderenadviseur, vindt een gesprek plaats met een bestuurslid van de bond. Bij dit gesprek dient bij voorkeur een ter zake kundige ouderenadviseur aanwezig te zijn.
In dit gesprek wordt mede aan de hand van de volgende punten bezien of de vrijwilliger in staat zal zijn ouderenadviseur te worden.

  1. door opleiding, werk of vrijwilligerswerk al enige ervaring met het voeren van (advies)gesprekken
  2. interesse in de doelgroep
  3. kunnen inleven in de problemen van ouderen
  4. eigen problemen voldoende verwerkt hebben, om open te staan voor problemen van anderen
  5. respectvol om kunnen gaan met verschillende mensen, meningen en opvattingen
  6. discreet om kunnen gaan met informatie
  7. samen willen werken met beroeps ouderenadviseurs
  8. in staat zijn om een lokaal netwerk op te bouwen
  9. rust en geduld uitstralen
  10. over voldoende tijd beschikken
  11. representatief
  12. in principe persoonlijk bereikbaar willen zijn

Om een certificaat te kunnen krijgen is het noodzakelijk dat de vrijwillige ouderenadviseur aan het eind van de cursus voldoet aan een aantal voorwaarden, te weten:

  1. in de gevoerde oefengesprekken blijk geven van het vermogen zich in te leven in de positie van de ander
    kunnen luisteren, samenvatten en doorvragen
  2. de gesignaleerde problemen helder kunnen verwoorden
  3. eigen normen en waarden kunnen onderscheiden van die van de hulpvrager
  4. om kunnen gaan met tegengestelde behoeftes van partners
  5. globale kennis hebben van voorzieningen, wet en regelgeving die voor ouderen van belang zijn
  6. begonnen zijn met het verwerven van gedegen kennis van de plaatselijke sociale kaart
  7. bereid zijn nascholing te volgen
  8. in staat zijn tot anonieme rapportage van de hulpaanvragen

Als de docenten twijfels hebben, bespreken zij dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk na drie bijeenkomsten met de betrokken kandidaat. Wanneer geen verbetering optreedt, adviseren zij uiterlijk na de vijfde bijeenkomst de SBOG, die dan kan beslissen de kandidaat geen certificaat te geven en de betreffende bond te adviseren de kandidaat niet als ouderenadviseur in te zetten.

Deze kwaliteitseisen zijn vastgesteld door de docenten vrijwillige ouderenadviseur en door het bestuur van de SBOG.
Januari 2007