Vijf miljoen euro voor schuldhulpverlening door vrijwilligersorganisaties Staatssecretaris Klijnsma van Sociale zaken stelt 5 miljoen euro beschikbaar voor schuldhulpverlening door vrijwilligersorganisaties. Alle organisaties die zich bezighouden met schuldhulpverlening kunnen een aanvraag indienen. Momenteel zijn vooral christelijke organisaties actief op dit gebied. Rompslomp Op 13 oktober heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, ingediend door Cynthia Ortega-Martijn (ChistenUnie). Zij is bijzonder gelukkig met de aangenomen motie en ziet de 5 miljoen als een goed begin. 'Ik ben geïnspireerd door wat ik heb gezien bij kerken. In de praktijk blijkt dat een substantieel deel van de mensen met schulden niet wordt geholpen door de reguliere schuldhulpverlening. Mensen hebben vaak moeite met het op orde krijgen van hun administratie. Ze geven aan dat ze terecht zijn gekomen in een complexe papieren rompslomp waaruit ze geen uitweg zien. Dat is het gat waar diaconieën en vrijwilligersorganisaties in kunnen springen', zegt Ortega-Martijn. Schulden te lijf De motie is ingegeven door het manifest 'Schulden te lijf', waarin tientallen schuldhulporganisaties en kerken zich uitspraken voor een reorganisatie van de schuldhulp in Nederland. Er zou veel mis zijn met de huidige regelgeving. Signalering en nazorg Volgens Ortega-Martijn kunnen kerken en vrijwilligersorganisaties actief bijdragen aan het huidige beleid door bijvoorbeeld vroege signalering van problemen en het bieden van nazorg. 'Christelijke organisaties hebben door de jaren heen veel expertise opgebouwd met preventieprogramma's. Er is een enorme behoefte aan deskundigheid op dit gebied. Als blijkt dat kerken de staat geld kunnen besparen dan is een goede zaak.' Kerk en staat Het Kamerlid werd in de motie gesteund door haar collega's Spekman (PvdA) en Blamksma-Van den Heuvel (CDA). In de Kamer kwam de discussie op gang of subsidieregeling geen inbreuk zou maken op de scheiding tussen kerk en staat. Ortega-Martijn: 'Volgens het kabinet is dit niet het geval zolang er sprake is van maatschappelijke activiteiten, wat in dit geval zo is.'