|STATENNOTITIE | | Aan de leden van Provinciale Staten HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH Contouren wijze van opvang provinciale bezuinigingen HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH Beknopte samenvatting Statennotitie: In deze Contourennotitie geven we de richting aan, waarin we ons met ons takenpakket meer willen profileren en waarmee we de bezuinigingen denken op te vangen. Deze notitie is een 'tussenstap' in het proces om gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2010 te komen met een bezuinigingsvoorstel. Wij gaan er nog steeds van uit dat er vanaf 2011 minimaal E 60 miljoen structureel bezuinigd moet worden ten gevolge van de rijkskorting en de herverdeling van het Provinciefonds. Wij zijn zelf bezig het huidige provinciale takenpakket langs het afwegingskader uit de Gelderse Startnotitie te leggen. We willen hiermee èn bijdragen aan een scherper profiel van de provincie als middenbestuur èn bijdragen aan de bezuinigingen. Hoe ingrijpend de bezuinigingen voor Gelderland ook zullen zijn, ons college ziet er meerwaarde in om via zo'n discussie over profiel tot resultaat te komen. We doen dit in een aantal stappen. Als ijkpunt voor de taken gelden de kerntaken van de provincie van de toekomst, die reeds in het bestuursakkoord Rijk-IPO van 2008 zijn vastgelegd, zijn overgenomen in onze Startnotitie en zijn uitgewerkt in het interprovinciale profileringsdocument 'P14'. In deze Contourennotitie wordt verslag gedaan van de eerste twee stappen in ons afweegproces. In die stappen worden taken, die niet in het bestuursakkoord staan en ook niet wettelijk verplicht zijn, geschrapt, voor zover verdedigbaar en maatschappelijk verantwoord volgens ons college, en worden wettelijk verplichte taken, die niet goed terug te vinden zijn in het bestuursakkoord c.q. het IPO-profiel P14, met 10% korting belast. Stap 1, het schrappen van taken die vallen buiten het bestuursakkoord en ook niet wettelijk zijn, zou een bezuiniging op kunnen leveren van maximaal E 15 mln, te realiseren op taken die als gevolg van ons nieuwe profiel vervallen in het sociale beleid, in de subsidiëring van belangenorganisaties, in de beleidsvelden milieu en water en in het openbaar vervoer. Stap 2, het gemiddeld 10% soberder uitvoeren van taken die niet in het bestuursakkoord staan maar wel wettelijk zijn, levert een bezuiniging op van ca. E 1,0 mln, te realiseren via de budgetten voor PS en GS, Communicatie, Orde en Veiligheid, Ambulancezorg, Luchtvaart, Huisvesting statushouders, Zwemwater en Verkeersveiligheid. Omdat de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg nog niet is afgerond hebben we de jeugdbeleidstaken vooralsnog niet meegenomen in de afwegingen. Over de uitkomsten van de overige afwegingsstappen willen wij u ook weer met een 'Tussenstapnotitie' informeren; deze kunnen wij u eind maart a.s. aanbieden, vooruitlopend op het voorstel dat wij u gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2010 voorleggen. Nu al is ons duidelijk dat het heel moeilijk zal worden om alle bezuinigingen in 2011 te laten ingaan. Veel budgetten zijn meerjarig verplicht in bestuursovereenkomsten met andere partijen. Wij voorzien dan ook dat vanaf 2011 dekking voor frictie- en overbruggingskosten gevonden moet worden. De bezuinigingsdoelstelling van E 60 mln willen wij primair bereiken via het heroverwegen van ons takenpakket. Daarna volgt de nadere politiek- bestuurlijke afweging. Bij die afweging zal betrokken worden het bredere perspectief van de algehele financiële positie van de provincie. Daarbij gaat het om de nog vrije structurele begrotingsruimte en de investeringsruimte in de MIG. Aan de leden van Provinciale Staten 1. Inleiding In deze Contourennotitie geven we de richting aan, waarin we ons met ons takenpakket meer willen profileren en waarmee we de bezuinigingen denken op te vangen. Ons college is momenteel bezig het afwegingskader uit de Startnotitie (PS2009-1024) toe te passen op het takenpakket en in deze notitie beschrijven wij welke kant dat op gaat. Het leidt tot diverse veranderingen in de provinciale taken: meer focus en een helderder profiel. In deze notitie geven we op hoofdlijnen de eerste uitwerkingen en consequenties aan. In de Startnotitie (PS2009-1024) hebben wij beschreven hoe de samenleving is veranderd, welke nieuwe vraagstukken op overheden afkomen en wat dat betekent voor rol, profiel en takenpakket van de verschillende bestuurslagen. Belangrijk ijkpunt in deze discussie is wat er aan kerntaken en decentralisatieafspraken is vastgelegd tussen Rijk en provincies in het Bestuursakkoord 2008. Anno 2010 loopt deze discussie over de bestuurlijke inrichting van Nederland nog steeds, nu echter tegen de achtergrond van de meest ingrijpende bezuinigingen van de afgelopen decennia. Eén van de 19 landelijke ambtelijke werkgroepen komt in april 2010 met voorstellen voor de bestuurlijke inrichting van Nederland. Het IPO heeft daartoe een stevig profileringsdocument opgesteld, in de wandelgangen 'IPO-P14' genaamd. Kern daarvan is dat de provincie als bestuurslaag gelegitimeerd èn onmisbaar zijn, mits ze keuzes maken richting een scherper profiel, meer focus, een heldere rol en aantoonbare meerwaarde. Vanuit dat perspectief kan het heroverwegen leiden tot het geheel of gedeeltelijk afscheid nemen van taken ('schrappen en schaven') èn bijdragen aan de bezuinigingen. Hoe ingrijpend de bezuinigingen voor Gelderland ook zullen zijn, ons college ziet er meerwaarde in om via zo'n discussie over profiel tot resultaat te komen. Deze notitie is een soort 'tussenstap' in het proces. Gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2010 willen wij u een verder uitgewerkt voorstel doen toekomen, dat bij Begroting 2011 en de jaren erna ingevoerd kan worden. Wij gaan er nog steeds van uit dat de bezuinigingen vanaf 2011 een omvang van in totaal minimaal E 60 miljoen structureel moeten opleveren. Wat betreft de E 300 miljoen korting op het provinciefonds wilden de provincies deze korting steeds in samenhang bekijken met de nieuwe verdeelsleutel van het Provinciefonds, de ontwikkelingen in het belastinggebied en de effecten van de brede heroverweging. In de Startnotitie (PS2009-1024) hebben wij deze samenhang door middel van een schema aangegeven en beschreven. Echter, door de val van het Kabinet is het niet meer mogelijk deze samenhangende dossiers vóór 2011 af te wikkelen. In IPO-verband zal op 16 maart 2010 verder gesproken worden over hoe om te gaan met deze samenhang. Steeds waarschijnlijker is dat deze korting al in 2011 in gaat. Over de actuele stand van zaken zullen wij uw Staten tijdens de informatiebijeenkomst op 17 maart a.s. informeren. Wat betreft de bezuinigingen is ons beleid er op gericht om uw Staten een duurzaam en reëel sluitende (meerjaren)begroting voor te leggen. Zoals aangegeven vergt dat een maatregelenpakket met een omvang van E 60 miljoen. Primair willen wij dit bereiken via het heroverwegen van ons takenpakket in het licht van de profileringsdiscussie ('schrappen en schaven') en door toepassing van het Gelder afwegingskader (PS2009-1024). De uitkomst van dat afwegingskader vormt de input van een nadere politiek-bestuurlijke afweging van onder meer de maatschappelijke verdedigbaarheid. Bij die afweging zal betrokken worden het bredere perspectief van de algehele financiële positie van de provincie. Daarbij gaat het om: . Een afweging aangaande de inzet van vrije structurele begrotingsruimte (ca. E 20-25 mln in de komende jaren); . Een afweging aangaande een verlaging van de investeringsruimte in de Meerjarige Investeringsreserve Gelderland (MIG); . Een afweging aangaande een verhoging van de opcentenheffing motorrijtuigenbelasting. Overigens is ons college van mening dat lastenverzwaring in deze periode van economische teruggang geen reële optie is. In het totale perspectief van de bezuinigingen, zoals wij u die in de Startnotitie in hoofdstuk 2 uitgebreid hebben beschreven, is dus door de val van het Kabinet het nodige veranderd. Het is onduidelijk hoe de afloop zal zijn van het dossier kilometerheffing en dus ook onduidelijk of er stelselwijzigingen in aantocht zijn voor het provinciale belastinggebied. Ook is niet duidelijk hoe de rijksbezuinigingen van E 35 miljard, waarover 19 ambtelijke werkgroepen adviezen opstellen, zullen uitpakken in een nieuw Kabinet. Wel is bekend dat deze werkgroepen hun heroverwegingsresultaten eerder op zullen leveren, zodat politieke partijen er in het kader van de verkiezingen van 9 juni a.s. en bij de vorming van een nieuwe regering rekening mee kunnen houden. Bij deze brede heroverweging gaat het om mogelijke aanpassingen c.q. herverdelingen van taken en verantwoordelijkheden over de verschillende overheidslagen. Het 'P-14-traject', waarbij de provincies gezamenlijk werken aan een toekomstprofiel in het kader van de middenbestuursdiscussie en waarover uw Staten door het IPO zijn geïnformeerd op 27 januari jl., zal nu naar verwachting mede worden gebruikt om de onderhandelaars voor een nieuwe regeringscoalitie te voeden. In tegenstelling tot eerdere planning zullen de gezamenlijke GS-sen niet op 16 maart a.s. beslissen over het toekomstprofiel, maar op 6 april a.s. Behandeling van het P14-resultaat in uw Staten kan derhalve niet plaatsvinden in uw vergadering van 31 maart. De status van het toekomstprofiel - dat als onderlegger dient voor deze Contourennotitie - is derhalve concept, al is er niettemin in IPO-verband verregaand akkoord op de inhoud ervan. Gegeven alle onduidelijkheden stellen wij nu, ten behoeve van deze Contourennotitie, de volgende Gelderse uitgangspunten vast: . Wat betreft de toekomst van de provincie blijven we uitgaan van de grondwettelijke en democratische legitimatie van deze bestuurslaag, met een open huishouding en een eigen belastinggebied. . Het handhaven van een Gelderse bezuinigingsdoelstelling van minimaal E 60 miljoen is onvermijdelijk. We gaan ervan uit dat wij vanaf 2011 voor minimaal dit bedrag op onze uitkering uit het Provinciefonds worden gekort. Leeswijzer In het navolgende herhalen we kort het Gelders afwegingskader. Dan laten we zien hoe de toepassing van de eerste twee stappen ervan op ons takenpakket uit kan pakken. Vervolgens beschrijven wij enkele financiële aspecten bij deze bezuinigingen. Tenslotte gaan wij in op het proces, zoals de communicatie met onze partners en de te nemen stappen op weg naar het voorstel gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2010 en de vertaling ervan in de Begroting 2011 e.v. 2. Het Gelders afwegingskader In deze paragraaf worden de belangrijkste elementen uit de Startnotitie (PS2009-1024) herhaald. Om het huidige takenpakket af te wegen is een Gelders afwegingskader opgesteld, dat is gebaseerd op het toekomstige profiel van de provincie. Dit is in de Startnotitie beschreven. De provincie ligt als autonoom middenbestuur met een open huishouding vast in de Grondwet resp. de Provinciewet. Naast deze wettelijke legitimatie merken wij dat er onmiskenbaar behoefte is en blijft aan bovenlokaal en (boven)regionaal bestuur op maatschappelijke hoofdopgaven. Wat betreft ons aandeel in die maatschappelijke hoofdopgaven baseren wij ons op het bestuursakkoord Rijk-IPO 2008, waarin - naast taken voor het rijk en voor de gemeenten - de provinciale kerntaken benoemd zijn. In dat bestuursakkoord krijgt de provinciale overheid de verantwoordelijkheid voor het bovenlokale en ruimtelijk-economische beleid inclusief cultuur, oftewel voor het regionale omgevingsbeleid. De taak van de provincies op sociaal gebied concentreert zich op periodiek signaleren en agenderen van vraagstukken en tekortkomingen; in de uitvoering van die taken heeft de provincie een tweedelijnstaak. Samenhang met P14, IPO-profiel op de provincies Eind 2009 is in IPO-verband gestart met het opstellen van een 'profiel provincies' als antwoord op de brede heroverwegingen van het Kabinet. Dit profiel vormt de basis voor de Haagse lobby rond de bezuinigingen en de bestuurlijke herinrichting, die uit de brede heroverwegingen gaan komen. De P14-visie die in IPO-verband is opgesteld sluit wat betreft het provinciale takenpakket van de toekomst één-op-één aan op het bestuursakkoord Rijk-IPO 2008 en is inhoudelijk vrijwel gelijk aan onze Startnotitie. Het IPO-P14-stuk wordt op 6 april a.s. aan de gezamenlijke GS- en voorgelegd. In dit IPO-profiel worden de kerntaken van de provincie uit het bestuursakkoord (zie kader hierboven) geclusterd tot de volgende zeven taken: 1. Duurzame ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, waaronder waterbeheer; 2. Milieu, energie en klimaat; 3. Vitaal platteland; 4. Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer; 5. Regionale economie; 6. Culturele infrastructuur en monumentenzorg; 7. Kwaliteit van het openbaar bestuur. In het IPO-P14-stuk worden wat betreft de wettelijke taak van de provincies in de jeugdzorg vermeld dat van belang is wat er besloten wordt over de evaluatie van deze wet. Verder wordt gesteld dat de taak van de provincies op sociaal gebied zich concentreert op periodiek signaleren en agenderen van vraagstukken en tekortkomingen; de uitvoering ligt bij gemeenten. Het IPO-P14-document bevat ook een bijlage waarin de zeven genummerde taken verder zijn uitgewerkt. Deze bijlage uit het P14-document treft u als bijlage 1 bij deze Contourennotitie aan. Kwaliteiten en ontwikkelingen In onze visie hebben wij het 'nieuwe' takenpakket verder ingevuld aan de hand van de Gelderse kwaliteiten. Als provinciebestuur staan wij voor de Gelderse kwaliteiten, ook in de toekomst. De Gelderse kwaliteiten zijn beschreven in het streekplan en andere beleidsstukken; het gaat om: . Kwaliteiten in de ruimtelijke structuur: de te behouden en beschermen kwaliteiten van provinciaal belang in het groenblauwe raamwerk en de te behouden en verder te ontwikkelen kwaliteiten in het rode raamwerk; . Kwaliteiten op het gebied van cultuur (de culturele infrastructuur en de cultuurhistorische waarden); . Kwaliteiten op het gebied van zorg en welzijn, waar wij een tweede lijnstaak hebben. In onze visie moet het takenpakket daarnaast rekening houden met ontwikkelingen, die van grote invloed (kunnen) zijn op de Gelderse kwaliteiten: demografische ontwikkelingen, klimaatverandering, energievoorziening, kenniseconomie, technologische ontwikkelingen, globalisering en tenslotte de groeiende behoefte aan mobiliteit. In de visie komt tenslotte ook een heroverweging van onze rol aan de orde. Kunnen we als provincie ècht het verschil maken? Beschikken we over instrumenten, hebben we doorzettingsmacht? En doen we geen dingen dubbel ten opzichte van anderen, of doen we dingen die een ander zou moeten doen (= lacunebeleid). Zoekgebied In de Startnotitie is uiteen gezet dat de begroting voor 2010 (PS2009-728) weliswaar een omvang heeft van ca. E 1,1 miljard (PS2009-728, Beleidsbegroting inclusief alle begrotingswijzigingen in uw novembervergadering 2009). Het deel waarbinnen wij de bezuinigingen moeten opvangen is echter beperkt tot ruim E 300 miljoen. Dit zijn de inkomsten die afkomstig zijn van het provinciefonds en de belastingen. Daarnaast bestaan de inkomsten uit doeluitkeringen en inkomsten uit vermogen (dividend en rente). De doeluitkeringen (zoals jeugdzorg of ILG) zijn gelabeld en kunnen niet worden aangewend om de bezuiniging op te vangen. De inkomsten uit vermogen worden via de Meerjarige Investeringsreserve Gelderland gealloceerd voor structuurversterkende investeringen. Een overzicht van het zoekgebied uit de programmabegroting 2010 treft u aan in bijlage 2. Takendiscussie In de Startnotitie hebben wij beschreven dat toepassing van de visie op het huidige takenpakket tot de volgende uitkomsten kan leiden: . Met de taak generiek doorgaan; . Met de taak stoppen of deze anders invullen (= thematische beperking); . De taak focussen op de Gelderse kwaliteitsgebieden (de raamwerken) en daarbuiten stoppen danwel 'basaal' inzetten (= geografische beperking); . De taak qua rolinvulling beperken, bijv. geen lacunebeleid voeren; . De taak 'dunner' uitvoeren. In de afgelopen weken hebben wij op portefeuilleniveau de provinciale taken tegen dit model gehouden. Op grond daarvan presenteren wij in deze notitie de contouren van hoe een en ander uitpakt. Op 12 februari jl. hebben wij onze relaties uitgenodigd om hen bij te praten over de bezuinigingen en over het Gelderse afwegingskader. Deze informatiebijeenkomst werd zeer gewaardeerd. Ons is gebleken dat veel organisaties zich afvragen wat de gevolgen van de bezuinigingen betekenen voor hun organisatie. Dit betreft vooral de organisaties in het sociale domein en de partijen met wie meerjarige overeenkomsten zijn gesloten. 3. Contouren van de bezuinigingen 3.1 Beoordelingsstappen In ons proces om de huidige provinciale taken langs het afwegingskader uit de Gelderse Startnotitie te leggen zijn wij halverwege. Ten behoeve van de takenbeoordeling hebben wij de visie en het afwegingskader uit de Gelderse Startnotitie naar de volgende beoordelingsstappen vertaald: Volgens deze beoordelingsstappen worden taken, die niet in het bestuursakkoord staan en ook niet wettelijk verplicht zijn, geschrapt. Motivering is dat deze taken op voorhand niet meer passen bij het gewenste profiel. Immers, profilering vergt focussen en keuzes maken De beoordelingsstappen houden er rekening mee dat er ook wettelijk verplichte taken zijn, die niet goed terug te vinden zijn in het bestuursakkoord c.q. het IPO-profiel P14. Dat zijn bijvoorbeeld 'Huisvesting statushouders' of 'Zwemwater veilig'. Deze wettelijke taken willen wij in het kader van de bezuinigingen minimaal 10% soberder uitvoeren. In deze Contourennotitie wordt verslag gedaan van de eerste twee beoordelingsstappen. De beoordeling van de wettelijke taken, die wel onder het bestuursakkoord vallen, en van de puur autonome taken die niet wettelijk verplicht zijn, moeten wij nog oppakken (= stappen 3 en 4). In deze Contourennotitie lichten wij de methodes voor die laatste twee stappen verder toe. Wij willen u over de uitkomsten van stappen 3 en 4 verslag in een volgende 'Tussenstapnotitie'. Vervolgens verwerken wij een en ander in het voorstel, dat wij aan u willen aanbieden. De vier beoordelingsstappen luiden dus: Stap 1. Vallen de taken buiten het bestuursakkoord en zijn ze niet wettelijk? Schrappen. Stap 2. Vallen de taken niet in het bestuursakkoord, maar zijn ze wel wettelijk? Deze minimaal 10% soberder uitvoeren. Stap 3. Staan de taken wel in het bestuursakkoord en zijn ze ook wettelijk? Deze minimaal 10% soberder uitvoeren. Stap 4. Staan de taken wel in het bestuursakkoord, maar zijn ze niet wettelijk? Hier bezien hoe deze taken via het Gelderse model meer gefocust c.q. in lijn gebracht kunnen worden met ons toekomstige profiel, waarbij ook bekeken wordt hoe bezuinigd kan worden. 3.2 Contouren Stap 1: taken, die vallen buiten bestuursakkoord en ook niet wettelijk zijn Bij deze eerste stap bekijken we per taak of deze vermeld is in de takenlijsten uit het bestuursakkoord Rijk-IPO 2008 en/of de uitwerking daarvan in het IPO-P14-document Profiel Provincies. Vervolgens kijken we of er een wettelijke plicht is om de taak uit te voeren. Dit is geheel in lijn met de Gelderse Startnotitie. In bijlage 1 bij deze Contourennotitie treft u de P-14-uitwerking van de provinciale taken aan. Toen we ons huidige takenpakket in deze eerste stap aldus gingen benaderen, bleek dat wij momenteel taken uitvoeren waarvoor noch een wet, noch de takenlijsten in het kader van het nieuwe profiel van de provincie legitimatie bieden. Omdat ze niet bij het nieuwe profiel passen, zouden we ze moeten schrappen. Dit hebben wij gedaan voor zover wij dat verdedigbaar en maatschappelijk verantwoord achten. Immers, voor elke taak geldt dat wij als provincie een open huishouding hebben en om moverende redenen hebben uw Staten destijds tot de uitvoering van de taken besloten. Sociaal beleid Wat niet in het bestuursakkoord staat, noch wettelijk verplicht is, is het als provincie zelfstandig maken van sociale beleidskaders. Immers, de provincie gaat zich in haar nieuwe rol profileren door periodiek de sociaal- maatschappelijke vraagstukken en tekortkomingen te signaleren en te agenderen; de gemeenten voeren uit. Voor het signaleren en agenderen zullen wij adequaat toegerust moeten zijn, maar onze eigen beleidsverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor kulturhusen, dakloosheid en palliatieve zorg, eindigt. Het is aan de gemeenten om dit beleid op te pakken. Uit het periodiek signaleren en agenderen kan een provinciale inspanning op het gebied van ondersteuning van de gemeenten voortvloeien. De ondersteuning van de gemeenten wordt ook gelegitimeerd door artikel 13 van de Wmo en is dus wettelijk (dit valt dus niet onder de afweging in deze paragraaf). Om deze ondersteunende taken te kunnen blijven uitvoeren moet budget beschikbaar blijven. Voor deze ondersteunende taken komen ons inziens de ondersteuningsinstellingen het meest in aanmerking. Maar toch denken wij dat er - gelet op onze terugtredende, tweedelijns rol - aanleiding is om op het budget voor en de werkwijze van de ondersteuningsinstellingen te bezuinigen. In de nieuwe werkwijze van signaleren en agenderen zal het ondersteuningsaanbod vraaggericht gedefinieerd worden. Van de huidige instellingen vereist dit een grote mate van flexibiliteit c.q. kunnen inspelen op voorkomende vragen. Wij kunnen ons voorstellen dat ondersteuningsinstellingen daartoe zeer nauw moeten samenwerken c.q., dat samengaan wenselijk is. In onze Startnotitie hebben wij overigens aangegeven dat wij voor het rode raamwerk in Gelderland op sociaal gebied een andere benadering kiezen, waarbij fysieke ambities met de daaruit voorvloeiende randvoorwaardelijke sociale opgaven worden gecombineerd. Onze fysieke ambities financieren wij grotendeels uit de MIG, omdat het om eenmalige investeringen gaat. Denk bijv. aan de GSO-wijkaanpak, de revitalisering, de sleutelprojecten, de herstructurering, etc. Wij kunnen ons voorstellen - en dat is tevens nog in lijn met het provinciale (P14) profiel - dat in die gevallen ook vanuit de MIG bijgedragen wordt aan het realiseren van deze randvoorwaardelijke sociale opgaven - bij wijze van eenmalige c.q. eindigende investeringen. Jeugdbeleid In het bestuursakkoord worden jeugdzorg en jeugdbeleid niet meer opgenomen in het lijstje met provinciale kerntaken. Dit in afwachting van de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg en de daarmee samenhangende vraag of - afhankelijk van het oordeel van de Kamer - jeugdzorg een taak voor de provincie blijft. Door de Kamer is de besluitvorming hierover als controversieel aangemerkt. Gezien deze onzekerheid willen wij het jeugdbeleid vooralsnog niet meenemen in de afwegingen rondom profilering van de provincie en bezuinigingen. Belangenorganisaties Het subsidiëren van belangenorganisaties is een taak, die niet in het bestuursakkoord noch door een wet wordt gelegitimeerd. Wij denken er dan ook aan om de structurele exploitatiesubsidiëring van belangenorganisaties te beëindigen, omdat dit niet langer een provinciale kerntaak is. In het voorstel gelijktijdig met de Voorjaarsnota kunnen wij dan aangeven om welke organisaties het gaat. Milieu en water De taken van de provincie op milieugebied richten zich vooral op duurzaamheid. Als provincie realiseren wij dit via de taken die onder onze verantwoordelijkheid vallen, zoals luchtkwaliteit, geluid en bodem. Het 'donkertebeleid', zoals dat enkele jaren geleden is gestart, past daar niet in, evenals milieu-educatie. Wij denken er dan ook aan deze taken te schrappen. De provincie is bij uitstek in staat om partijen bij elkaar te brengen, samenwerking te bevorderen en waar nodig regie te voeren. Het voert echter te ver om zulke initiatieven tot structurele kerntaken op de begroting te institutionaliseren. Om die reden denken wij er aan om bijvoorbeeld ons waterketenbeleid te schrappen; deze taak staat niet als kerntaak in het bestuursakkoord en er is geen wettelijke plicht. Openbaar vervoer Een stringente beoordeling van ons takenpakket ten opzichte van de takenlijsten leidt er toe, dat de huidige taken 'bevorderen van het gebruik van het openbaar vervoer' en 'verdere ontwikkeling van OV tot een hoogwaardig alternatief' afvallen in de afweging. Terug naar de bij het provinciaal profiel passende kerntaken op OV-gebied betekent, dat wij het openbaar vervoer over een robuust OV-netwerk via concessieverlening laten rijden 'zodat reizigersstromen op hun plaats van bestemming komen'. Wij denken er dan ook aan om deze 'plus-taken', waarvoor de Brede Doeluitkering niet voorziet in middelen, te schrappen uit onze begroting. Tenslotte vallen ook de bevordering van goederenvervoer over water en de ontwikkelingsgerichte samenwerking met Lublin niet onder het bestuursakkoord of een wettelijke plicht. Met inachtneming van het voorgaande taxeren wij de bezuinigingsopbrengst van de deze stap op ca. E 15 mln. 3.3 Contouren Stap 2. Taken die niet in het bestuursakkoord staan, maar wel wettelijk zijn Wij voeren momenteel enkele kerntaken uit, die structureel van middelen worden voorzien via de begroting en ook wettelijk verplicht zijn maar niet als kerntaak voorkomen in het bestuursakkoord. Wij zijn van mening dat ook in de uitvoering van deze taken bijgedragen kan (en dus moet) worden aan de bezuinigingen op het provinciefonds. Wij denken dat dit mogelijk is door deze wettelijke taken gemiddeld minimaal 10% soberder uit te voeren. PS en GS Kerntaken die wettelijk verplicht zijn maar niet als kerntaak voorkomen in het bestuursakkoord zijn bijvoorbeeld 'Provinciale Staten' resp. 'Gedeputeerde Staten'. De bestuursorganen 'Provinciale Staten' resp. 'Gedeputeerde Staten' volgen uit de Provinciewet en staan als 'kerntaken' structureel op onze begroting. Wij denken eraan dat deze taken 10% soberder kunnen worden uitgevoerd. Bij Gedeputeerde Staten kan dit bijvoorbeeld worden ingevuld door straks - met een beter geprofileerd takenpakket - met één gedeputeerde minder het dagelijks bestuur uit te voeren. Communicatie Veel communicatietaken vloeien voort uit wettelijke verplichtingen, zoals voorlichtings- en inspraaktrajecten. Communicatie wordt echter in het bestuursakkoord niet beschreven als kerntaak. Wij denken eraan deze taak minimaal 10% soberder uit te voeren. De wettelijke communicatietaken zouden dan uit de kerntaken, die erom vragen, betaald moeten worden. Orde en Veiligheid Op het gebied van openbare orde, veiligheid en rampenbestrijdingscoördinatie heeft de provincie bij wet taken. Deze worden in het bestuursakkoord niet genoemd, omdat deze onder de verantwoordelijkheid van het rijksorgaan 'commissaris van de Koningin ' vallen. De taken worden echter van middelen voorzien in de provinciale begroting. Wij denken eraan deze taken minimaal 10% soberder uit te voeren. Ambulancezorg De ambulancezorg is - in afwachting van de in werking treding van de nieuwe Wet Ambulancezorg van 2008 - nog een provinciale taak. Naar verwachting gaat de wet in 2011 in; in maart 2010 ontstaat meer duidelijkheid vanuit de Tweede Kamer over de definitieve ingangsdatum. Zolang deze wet nog niet in werking is getreden denken wij er aan op het budget 10% te bezuinigen, daarna vervalt de taak en het budget. Het budget bestaat uit apparaatskosten. Luchtvaart, statushouders, zwemwater De regulering van regionale luchtvaartterreinen is een nieuwe taak, die voortvloeit uit de Luchtvaartwet. Wij denken er aan om deze taak minimaal 10% soberder uit te voeren. Dit geldt ook voor het toezicht op de Huisvesting van statushouders op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Een kerntaak die al jaren wordt uitgevoerd is het toezicht op veilig en schoon zwemwater op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. Wij denken er aan om ook deze taak minimaal 10% soberder uit te voeren. Verkeersveiligheid De provinciale inspanningen op het gebied van het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers en de verkeersveiligheid komen niet terug in het bestuursakkoord noch in het nieuwe Profiel provincies (P-14). Deze taken vloeien voort uit diverse wet- en regelgeving, maar zijn niet wettelijk genormeerd. Wij denken eraan deze taken minimaal 10% soberder uit te voeren. Wanneer wij, na de beoordeling van ons takenpakket op basis van deze tweede stap, de taken zoals hierboven vermeld daadwerkelijk 10% soberder uitvoeren, komen wij tot een mogelijke structurele bezuiniging van maximaal E 1,0 mln. 3.4 Methodiek stap 3. Taken uit het bestuursakkoord, die ook wettelijk zijn, minimaal 10% soberder uitvoeren. De derde stap beoordeelt taken, die in het bestuursakkoord voorkomen en die ook wettelijk zijn. Wij denken er aan om ook deze taken te laten bijdragen aan de bezuinigingen op het provinciefonds, door ook deze gemiddeld minimaal 10% soberder te gaan uitvoeren. Omdat deze taken echter passen binnen het nieuwe profiel van de provincie, moeten we de haalbaarheid en verdedigbaarheid ervan per geval beoordelen; in sommige gevallen is wellicht ook een grotere korting denkbaar. Soms zijn er ook bezuinigingen mogelijk doordat de taken nu nog worden bekostigd vanuit het zoekgebied van de begroting, terwijl bekostiging uit doeluitkeringen of reserves meer voor de hand zou liggen. In dat geval moet worden beoordeeld of er sprake is van lacunebeleid. Om een beeld te geven volgen hierna enkele van onze taken, die ook in het bestuursakkoord staan, wettelijk zijn en vanuit het zoekgebied in de begroting structureel van middelen worden voorzien: . Toezicht gemeentefinanciën; . Luchtkwaliteit en geluid; . Bodembescherming en -beheer; . Regionale omroep; . Archeologie; . Natuurbeheer; . Soortenbescherming; . Waterwet-taken; . Buurtbus; . Beheer en onderhoud wegen. Zoals gezegd moeten wij deze beoordeling nog uitvoeren. Over de mogelijke opbrengst willen wij u informeren in een volgende 'Tussenstapnotitie'. 3.5 Methodiek stap 4. Taken uit het bestuursakkoord, die niet wettelijk zijn: focussen/in lijn brengen met ons toekomstige profiel, bekeken hoe ook bezuinigd kan worden In de vierde stap worden tenslotte de autonome taken uit ons takenpakket beoordeeld. We bekijken hier, hoe deze autonome taken meer gefocust en in lijn gebracht kunnen worden met ons toekomstige profiel (zie Gelderse Startnotitie). Daarbij bekijken we ook hoe bezuinigd kan worden. In omvang, zowel in aantal taken als qua budget, is dit de grootste te beoordelen categorie. Bij deze beoordeling komen alle afwegingsaspecten uit de Startnotitie aan de orde: . Eerst wordt beoordeeld of de autonome taak in belang gaat toenemen door de ontwikkelingen, die in de Gelderse Startnotitie zijn beschreven. Deze ontwikkelingen zijn: demografische ontwikkelingen, klimaatverandering, energievoorziening, kenniseconomie, technologische ontwikkelingen, globalisering en tenslotte de groeiende behoefte aan mobiliteit. Deze ontwikkelingen zijn gekoppeld aan ons gewenste profiel; . Vervolgens wordt bekeken of we passende instrumenten hebben, om de autonome taak daadkrachtig uit te voeren. Ook deze beoordeling, die wellicht overbodig lijkt omdat het om huidige taken gaat, is van belang gezien de gewenste profilering van onze provincie; . Daarna wordt bekeken of de autonome taken echt op onze weg liggen om op te pakken. Een duidelijk profiel dwingt ons ertoe om de vraag te stellen of wij als enige het verschil kunnen maken met de taak in kwestie. Kan een ander het niet beter doen? Treden we in andermans verantwoordelijkheden? Zo ja, dan is schrappen een reële optie en kan aldus worden bijgedragen aan de bezuinigingen. . Vervolgens wordt bekeken of geografische beperking tot de kwaliteitsraamwerken mogelijk is. Veelal kan dan ook het budget beperkt worden, omdat de taak zich dan zal focussen tot de relevante delen van Gelderland (de in de Startnotitie genoemde raamwerken); . Tenslotte wordt bekeken of er nog mogelijkheden zijn om de taak dunner uit te voeren, bijvoorbeeld via het efficiencyspoor, andere organisatie, inhoudelijk focussen, kostenverrekening, etc. Ook deze beoordeling moeten wij nog uitvoeren. Over de mogelijke opbrengst willen wij u informeren in een volgende 'Tussenstapnotitie'. 4. Financiële aspecten 4.1 Fasering, frictie- en overbruggingskosten Nu al is ons duidelijk dat het heel moeilijk zal worden om alle bezuinigingen in 2011 te laten ingaan. Veel budgetten zijn meerjarig verplicht in bestuursovereenkomsten met andere partijen. Voor in ieder geval het ILG en ondersteuningsinstellingen in het sociale domein geldt derhalve dat rekening moet worden gehouden met frictiekosten. Verder geldt in algemene zin dat de bezuinigingen gefaseerd moeten worden in gevoerd. Om de periode te overbruggen zal ter dekking, gebruik moeten worden gemaakt van extra middelen. 4.2 Herbezien MIG op het Gelderse model De exercitie hebben wij tot nu toe beperkt tot taken, die in het in paragraaf 2 aangeduide zoekgebied van de begroting van middelen worden voorzien. Omwille van een krachtig profiel zullen echter ook de taken, die vanuit de MIG worden bekostigd, kritisch moeten worden bekeken: passen ze wel in het Gelderse profiel en afwegingskader. Indien de beoogde investeringen niet goed passen, zouden we de thans opgenomen reserveringen moeten heroverwegen. De kans op 'niet passend' is overigens niet zo groot, aangezien de MIG zich vrijwel geheel richt op investeringen in het ruimtelijk-fysieke domein. Bij het voorstel zullen we hierop terugkomen. 5. Vooruitblik traject naar de begroting Op 31 maart 2010 zou, wat ons college betreft, deze Contourennotitie ter bespreking moeten worden geagendeerd in uw vergadering. Daar verwachten wij van uw Staten antwoord te krijgen op de vraag of we in de lijn van deze Contourennotitie verder kunnen. Tegelijkertijd zullen wij verder gaan met de voorbereidingen voor stap 3 en 4 en willen wij u opnieuw informeren in een 'Tussenstapnotitie' op weg naar het voorstel. Aanvankelijk wilden wij vervolgens op 27 april 2010 het voorstel bezuinigingen vaststellen. Ten einde behandeling van het Voorstel in uw Staten op 2 juni, gelijktijdig met de Voorjaarsnota mogelijk, te maken. Echter, hiermee komt zorgvuldige besluitvorming onder grote tijdsdruk. Wij hechten er aan dit ingrijpende proces zorgvuldig samen met uw Staten te doorlopen. Wij stellen u derhalve voor om te koersen op behandeling in uw Staten in uw vergadering van 30 juni a.s. Dit geeft ons, maar vooral ook u, tevens ruimere gelegenheid om in gesprek te gaan met onze partners. Wij zullen u een uitgewerkt procesvoorstel doen toekomen. In de Begroting voor 2011 hebben wij dan het Voorstel verder uitgewerkt. Ook is er dan meer bekend over de gevolgen voor het provinciale apparaat. Arnhem, 16 maart 2010 - zaaknr. 2010-000828 |Gedeputeerde Staten van Gelderland | |C.G.A. Cornielje |-|Commissaris van de | | | |Koningin | |drs. P.P.L. van |-|secretaris | |Kalmthout | | | code: Contourennotitie 16 mrt met commentaar DEF.doc Bijlage 1: Provinciale kerntaken volgens het IPO-P14-document Profiel Provincies [pic] [pic] [pic] |Bijlage 2 : Budgetten zoekgebied uit programmabegroting 2010 | | | | | |bedragen x E 1.000,-- | | |Pijl| |Programma |Apparaats-k|Programmati|Lasten | | |er | | |osten |sche kosten| | | |I |1.1|Bestuurlijk |3.106 |2.611 |5.717 | | | | |partnerschap | | | | | | |1.2|Provinciale |10.722 |1.430 |12.152 | | | | |organisatie | | | | | | |1.3|Stad en Regio |486 | |486 | | | | |besturen en |14.314 |4.041 |18.355 | | | | |verbinden | | | | | | | | | | | | | |II |2.0|Sociaal beleid |3.648 |18.800 |22.448 | | | |3.0|Jeugd en gezin |3.114 |4.199 |7.313 | | | | | | | | | | |III |4.1|Klimaatprogramma |976 |756 |1.732 | | | |4.2|Milieu en bedrijven|23.596 |3.613 |27.209 | | | |4.3|Bodem en afval |3.290 |641 |3.931 | | | | |klimaat en milieu |27.862 |5.010 |32.872 | | | | | | | | | | | |5.1|Cultuur |1.087 |28.761 |29.848 | | | |5.2|Cultuurhistorie |1.815 |8.231 |10.046 | | | | |cultuur en |2.902 |36.992 |39.894 | | | | |cultuurhistorie | | | | | | | | | | | | | | |6.1|Wonen |2.632 |537 |3.169 | | | |6.2|Ruimtelijke |8.059 |82 |8.141 | | | | |ordening | | | | | | |6.3|Ontgrondingen |992 |78 |1.070 | | | |6.4|Gelderse | | |0 | | | | |Gebiedsontwikkeling| | | | | | | |wonen en |11.683 |697 |12.380 | | | | |ruimtelijke | | | | | | | |ordening | | | | | | | | | | | | | | |7.1|Economische |2.405 |8.489 |10.894 | | | | |ontwikkeling | | | | | | |7.2|Recreatie en |2.780 |1.044 |3.824 | | | | |toerisme | | | | | | | |economie |5.185 |9.533 |14.718 | | | | | | | | | | | |8.1|Vitaal platteland |11.458 |9.541 |20.999 | | | |8.2|Water |4.855 |5.090 |9.945 | | | | |natuur, landbouw en|16.313 |14.631 |30.944 | | | | |water | | | | | | | | | | | | | |IV |9.0|Openbaar vervoer |3.220 |3.434 |6.654 | | | |10.|Fiets |109 |3.413 |3.522 | | | |0 | | | | | | | |11.|Nieuwe |4.805 |29.644 |34.449 | | | |1 |infrastructuur | | | | | | |11.|Instandhouding |12.988 |47.432 |60.420 | | | |2 |infrastructuur | | | | | | | |infrastructuur |21.122 |83.923 |105.045 | | | | | | | | | | | |12.|Europese |793 |141 |934 | | | |0 |programma's | | | | | | |13.|Overigen |-1.183 |38.211 |37.028 | | | |0 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |Totaal programma's |105.753 |216.178 |321.931 | | | | | | | | | | ----------------------- Bestuursakkoord: Kerntaken voor de provincie . gebiedsontwikkeling, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en inrichting . infrastructurele projecten . regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer . regionale economie . vitaal platteland . natuur . landschap . milieu, energie en klimaat . waterbeheer . jeugdzorg . culturele infrastructuur en monumentenzorg . bovenregionale en internationale samenwerking . in tweede lijn: zorg en welzijn ja Taak x Valt de taak binnen het Bestuursakkoord/P14-profiel? Wel BA/P14, en is de taak ook wet) [pic]A [pic]h [pic]i [pic]j [pic]k [pic]s [pic]t [pic]u [pic]| [pic]E [pic]< [pic]- [pic]º [pic]» [pic]ê [pic]ë [pic][pic][pic][pic][pic]%[pic]&[pic]'[pic]/[pic]0[pic]:[pic];[pic]i[pic]j[pic] k[pic]l[pic]q[pic]Â[pic]Ã[pic]Å[pic]Æ[pic]ùòëäÝäÖÏÖÈäÈä»ä»ä»ä´©¢"©´©¢©<©´"}q fq_ h$?h?Nxj¬[?]h$?h?NxU[pic]h$?hÂ`ÿ5?CJaJ h$?hp?B h$?hÂ`ÿhÉSÃmHnHu[pic][?]?jÌ[pic][pic]h$?hL#U[pic] h$?hû=òjh$?hû=òU[pic] h$?hL#h[?]`ghL#OJQJ^J h[?]`gh[?]i" h[?]`gh{ h[?]`ghÏ[?]ì h[?]`gh$? h[?]`ghL# h[?]`gh8oõ h[?]`ghµtelijk verplicht? ja nee Geen BA/P14, maar is de taak wel wettelijk verplicht? nee 3. Minimaal 10% soberder Focussen/in lijn brengen met Gelders profiel: . Belangrijker door ontwikkelingen? . Instrumenten? . Maken alleen wij het verschil? . Kunnen we geografisch beperken? . Kan het dunner? 1. Schrappen! nee 2. Minimaal 10% soberder ja 4. Uitkomst