1 KADERNOTA SBOG, uitwerking doelstelling SBOG, februari 2004 Doelstelling SBOG volgens de statuten Doelstelling SBOG: het bevorderen van het welzijn van alle senioren in Gelderland. Deze kadernota geeft kaders voor wat betreft 'welzijn' en 'senioren'. I. DOELGROEP Doelgroep senioren: over welke senioren hebben we het? Door een wijziging in de AWBZ is de zorg losgekoppeld van het verblijf in een verzorgings- of verpleeghuis. Je komt pas voor het verblijf in een instelling in aanmerking als je langer dan één jaar continue zorg nodig hebt. Eenzaam zijn, geen structuur in de dag kunnen aanbrengen, lichte vergeetachtigheid en dergelijke geven onvoldoende indicatie voor het verblijf in een instelling. Meer dan voorheen zullen senioren dus langer zelfstandig (thuis) blijven wonen. De nodige zorg, waaronder ook zorg die voorheen in het verpleeghuis werd gegeven, wordt rondom de senioren thuis geregeld. De senioren kunnen met die zorg alleen zelfstandig blijven wonen als ook de welzijnsvoorzieningen goed zijn geregeld en naadloos aansluiten op die zorgvoorzieningen. In de toekomst zullen steeds meer voorzieningen die vroeger onder de 'zorg' van de AWBZ vielen onder het 'welzijnspakket' van de gemeente gaan vallen. Denk daarbij aan thuiszorg (huishoudelijke hulp), persoonlijke verzorging, ondersteunende begeleiding. Voor de zelfstandig thuiswonende senioren wordt het onderscheid tussen zorg en welzijn steeds kleiner. Waar de SBOG zich eerst alleen richtte op de thuiswonende niet zorgbehoevende senioren (en andere organisaties als PPCF en LOC op de senioren met zorgondersteuning in een instelling) kun je dat nu niet meer stellen. Ook senioren met veel (zorg)ondersteuning zullen meer en meer een zelfstandige woonvorm kennen. Het is geen homogene groep, maar vertoont veel diversiteit. Van senioren die barsten van de energie, die de samenleving nog heel wat te bieden hebben tot kwetsbare senioren die zorg en ondersteuning nodig hebben, met een heel scala van (on)afhankelijkheidsvormen daartussenin. Voor al deze senioren zet de SBOG zich in. De SBOG richt zich dus op individuele senioren en op groepen senioren. Ze wonen meestal zelfstandig. Het is geen homogene groep. 2 II. WELZIJN Voor het onderbouwen van onze visie op 'welzijn' maken we gebruik van de 'levensloopbenadering voor ouderen' van Houben, Knipscheer en Leene, VU- Amsterdam. Deze visie op welzijn wordt onder ander ook gebruikt door de Maatschappelijke Ondernemersgroep die de Stichtingen Welzijn Ouderen ondersteunt. Wat is welzijn en hoe bevorder je het welzijn van senioren? WELZIJN IS HET LEIDEN VAN EEN EIGEN LEVEN; HET KUNNEN MAKEN VAN EEN EIGEN LEVENSPLAN. Elementen van een persoonsgebonden levensplan: zelfbeeld (identiteit): voor het leiden van een eigen leven is een eigen zelfbeeld van belang en de mogelijkheid je te ontwikkelen op alle levensdomeinen; stuurkracht: zelf de regie voeren; omgeving: een inspirerende omgeving met voldoende uitdaging. ad 1: zelfbeeld Zelfbeeld (identiteit) van mensen heeft te maken met hoe je je voelt; hoe je naar buiten treedt; met een gevoel van evenwicht in het leven: van een balans tussen de verschillende essentiële levensdomeinen. Is er die balans, dan zit die persoon lekker in zijn vel. Er worden vijf levensdomeinen onderscheiden: lichaam en geest sociale relaties (de ander in het leven) materiele zekerheid (het hebben van een inkomen, huis enz.) arbeid en presteren (het ontwerpen van een eigen zinvolle dag) normen en waarden Het evenwicht is voortdurend in alle levensfasen in beweging. Op het ene domein kunnen beperkingen of functieverlies optreden. Deze kunnen gecompenseerd worden door winst op een ander domein. Bijvoorbeeld een ziekte (a) kan gecompenseerd worden door sociale contacten (b) waaruit men inspiratie haalt. Ondanks de ziekte voelt die persoon zich dan toch goed. 'Zelfbeeld' is dus een integraal begrip: het heeft te maken met evenwicht op alle vijf levensdomeinen. Bij het ouder worden is het risico op functieverlies op één van de levensdomeinen groter. Juist dan is het van belang om de compensatiemogelijkheden op andere domeinen volledig te ontwikkelen en te benutten om een neerwaartse spiraal die tot nog meer verlies en onbalans leidt te voorkomen. Een groot aantal mensen is zelf in staat om na functieverlies op één van de domeinen zelf het evenwicht te herstellen. Sommige hebben ondersteuning nodig om het evenwicht tussen de levensdomeinen te herstellen. ad 2 stuurkracht Uit onderzoek blijkt dat de competenties (mogelijkheden tot ontwikkelen) die te maken hebben met levenswijsheid en integratie van inhoudelijke kennis tussen de 50e en 70e jaar optimaal is, en daarna (na 75e jaar) pas afneemt. De lijn van de cognitieve competenties (het vergaren en verwerken van kennis, bijvoorbeeld als bij hoofdrekenen) is tussen het 20e en 30e jaar optimaal. Ook deze competentie is aan het afnemen na het 75e levensjaar. Conclusie: mensen die hun competenties verliezen zijn niet makkelijk meer in staat tot onderhandelen, maar behoeven meer ondersteuning in het versterken van hun eigen positie die al zwak is en verder verzwakt. voor het welzijn van de oudere is het van belang dat een oudere met goed ontwikkelde competenties (met een hoge mate van stuurkracht) zijn laatste levensfase binnen gaat. ad 3 omgeving Als derde factor van belang voor het maken van een persoonlijk levensplan is de omgeving. Een omgeving moet inspirerend zijn met voldoende uitdaging. Alleen dan nodigt ze uit tot prestatie. Uit onderzoek blijkt dat de ontwikkelingsmogelijkheden van cpmpetenties als intuïtie/levenswijsheid onderontwikkeld blijven als er te weinig prikkels en uitdagingen in de omgeving zijn. Te veel of te weinig omgevingsdruk leidt tot verveling of tot stress. Als senioren teveel en complexe prikkels in de omgeving ervaren, terwijl zij niet meer beschikken over voldoende mogelijkheden (competenties), ontstaat apathie, verveling, zinloosheid, vereenzaming. De omgevingsdruk moet in balans zijn met het competentieniveau. 3 Conclusie: welzijn volgens de levensloopbenadering Uitgaande van de levensloopbenadering als boven omschreven wil 'welzijn' zeggen: er moet een integraal en voldoende aanbod zijn van diensten op álle levensdomeinen; wanneer de competenties (en daarmee de regiefunctie) structureel afnemen, moet er structurele cliëntondersteuning geboden worden. Voor behoud en versterking van de stuurkracht is cliëntondersteuning belangrijk; voor de omgeving is het belangrijk dat die inspirerend is en dat belemmeringen worden opgeheven. Vooral in de sfeer van de voorzieningen in de sociale infrastructuur (activiteiten, sociale relaties, leuke dingen, inspiratie) en de zorginfrastructuur moeten voldoende voorzieningen 'om de hoek' aanwezig zijn. III. WELZIJNSVISIE INGEPAST IN SBOG: Wat is de doelstelling van de SBOG, gebaseerd op deze visie van welzijn: wat is het doel van de SBOG: waar willen we heen en waarom? Hoe komen we daar: welke weg moeten we kiezen, welke stappen moeten we doen? wat hebben we daarvoor nodig? Mensen, geld, structuur en andere middelen? Doel SBOG Doel van de SBOG: het bevorderen van het welzijn van alle senioren in Gelderland. Dit betekent: stimuleren van een integraal, toegankelijk en voldoende aanbod van voorzieningen voor senioren (op alle levensdomeinen); behoud en bevorderen van stuurkracht van de senioren om zelf regie over het leven te voeren. bevorderen van een inspirerende omgeving voor de senioren. 4 Welke stappen zijn daar voor nodig (taak SBOG)? belangenbehartiging door deskundigheidsbevordering: werken aan voldoende en integraal aanbod op alle levensdomeinen. Op welke precies moeten we nog bepalen; werken aan de infrastructuur die nodig is voor de deskundigheidsbevordering; werken aan een veilige omgeving, sociale infrastructuur ouderenadvisering werken aan voldoende stuurkracht 1. beleidsstandpunten ontwikkelen en uitdragen, op alle beleidsterreinen 2. ten behoeve van alle drie de elementen van welzijn: identiteit op de levensdomeinen, stuurkracht en omgeving (zie doelstelling) 3. naar de provincie en andere overheid/organisaties Welke organisatiestructuur is daarvoor nodig? Met de volgende organisatiestructuur kunnen de stappen worden gezet: één beleidscommissie drie themagroepen: ouderenadvisering verkeer&vervoer wonen bureau met projectensecretariaat matrixlijst met deskundigen Toelichting op de organisatiestructuur één beleidscommissie werkt aan het integrale aanbod op alle levensdomeinen, dus: zorgt voor beleid op de beleidsgebieden: wonen, welzijn, zorg, verkeer&vervoer en ouderenadvisering: zet beleidslijnen uit, geeft prioriteiten aan, formuleert beleidsstandpunten; laat zich waar nodig informeren door de themagroepen; initieert nieuwe projecten; geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het bestuur; bestuur beslist. drie themagroepen wonen en verkeer & vervoer zijn onderdelen waar de provincie een wettelijke taak heeft en van de SBOG een reactie wordt verwacht; bij deze beleidsgebieden wordt meer gespecialiseerde deskundigheid verwacht dan overzicht op hoofdlijnen; de themagroepen volgen wetgeving, financieringsstromen en actualiteit op hun beleidsgebied op de voet en zijn de vraagbaak voor de beleidscommissie en projectgroepen; de themagroepen geven gevraagd en ongevraagd advies aan de beleidscommissie en indien nodig aan de projectgroepen. verschillende projectgroepen: alle activiteiten worden ondergebracht bij projectgroepen zijn met name uitvoerend van aard bureau: projectensecretariaat: voert logistieke zaken uit als: benaderen deskundigen, regelen van zalen, verzenden en verwerken van vragenlijsten, versturen van uitnodigingen enz. beleid: beleidsvoorbereiding, implementeren en uitvoeren bestuur, beleidscommissie en themagroepen ondersteunen meewerken aan beleidsplan, activiteitenplan en jaarverslag matrixlijst vastleggen van competenties van SBOG-mensen, in overleg deze mensen worden aangesproken bij vragen over hun competentie, opzetten projectgroepen en dergelijke De leden van de beleidscommissie en van de themagroepen worden door het algemeen bestuur benoemd, op voordracht van de gewestbesturen. De leden van de projectgroepen door het dagelijks bestuur. De samenhang en communicatie tussen de verschillende groepen wordt nog nader uitgewerkt. Dit geldt ook voor de precieze taakomschrijving en aantal deelnemers. Randvoorwaarden, die naast een goede organisatiestructuur nodig zijn om genoemde taken uit te kunnen voeren: professionele organisatie: voldoende deskundige medewerkers, financiële middelen, adequate huisvesting goed werkende structuur in de regio (regionalisering) voldoende deskundige vrijwilligers deskundig kader van de bonden samenwerking met derden waar mogelijk Deze kadernota is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de SBOG, 9 februari 2004